Gevangen in Gedachten – Fragment

Rens voelde zich nu verbazingwekkend kalm. Hij liep naar de badkamer en hield zijn gewonde hand onder de kraan om het bloed van zijn knokkels af te wassen. Het koude water stak een beetje in zijn wonden, maar dat maakte Rens niet uit. Het was zijn eigen schuld. Hij had dit verdiend. Hij baalde wel dat hij zich weer zo had laten gaan. Hij had zich nog steeds niet volledig in de hand. Bah, dacht Rens, wat moesten zijn huisgenoten nu wel niet denken…? Hij zuchtte, wat maakte het uit. Ze hadden vast allemaal al een mening over hem. Hij dacht even aan zijn moeder en stelde zich de teleurstelling op haar gezicht voor als ze erachter zou komen dat Rens zijn zelfbeheersing nog steeds geregeld verloor. Ze wist niet dat haar zoon zich nog steeds zo rot voelde, nog steeds zo in de put zat. En ze mocht het ook niet weten. Rens moest zich sterk houden tegenover haar. Hij voelde zich verdrietig worden. Waarom liep het toch altijd zo? Hij keek in de spiegel en zag een gebroken jongeman voor zich. Zijn ogen rood, een eenzame traan liep over zijn wang. Rens veegde hem niet weg, maar keek toe hij over zijn wang, over zijn kaak en vervolgens in zijn hals drupte.