Verdeeld – Fragment

Vandaag is het weer tijd voor een fragment uit mijn nieuwste verhaal.

‘Zo, zoals jullie hebben gehoord ben ik Jarod Adams, maar jullie zullen mij Luitenant Adams noemen. Want vanaf vandaag maken jullie deel uit van mijn peloton. De komende weken zullen in het teken staan van jullie training en in die tijd slapen jullie nog apart van de rest van het peloton zodat zij geen last hebben van jullie eh… laten we het onkunde noemen.’
Nou lekker complimenteus is die man. Natuurlijk zijn we nog onkundig, wij komen niet uit het leger. Of althans, ik niet, over de rest kan ik nog niet veel zeggen want die ken ik nog niet.
‘Morgenochtend beginnen we om 08:00 met de training.’
Hij spreekt de tijd ook echt uit als ‘nul-achthonderd’… Een echte militair dus… dit kan nog leuk worden…

‘Elke ochtend en avond zullen wel de maaltijden samen met de rest van het peloton zijn, zodat jullie elkaar alvast kunnen leren kennen. Dat is wel zo handig als jullie elkaar straks moeten ondersteunen in de gevechten.’
Ik slik, gevechten klinken zo akelig…
‘Leg je spullen maar op een van de bedden en volg mij dan weer, dan neem ik jullie mee naar de eetzaal.’
Snel leg ik mijn spullen op het bed dat tegen de linkerkant van de muur staat. Aan de rechterkant van mijn bed staat nog een bed en tegenover deze bedden, staan de andere twee bedden.
Ik zie dat Jarod, ik bedoel: Luitenant Adams niet gewacht heeft tot we zover waren, maar dat hij de slaapruimte al verlaten heeft.

‘Nou, die heeft ook geen geduld.’ Zegt het meisje dat eerder haar schouders had opgehaald. Ik wil net reageren als het gezicht van Luitenant Adams om de hoek van de deur verschijnt.
‘Maar hij heeft wel een topgehoor dus ik zou oppassen als ik jou was. Dit keer zal ik het door de vingers zien, maar nog één zo’n brutaliteit en er staat je een straf te wachten waar je nog lang van bij zal moeten komen.’
‘Oh…’ stottert het meisje. ‘Sorry.’
‘Sorry? Sorry wat?’
‘Eh… voor die opmerking.’
‘Sorry, LUITENANT!’ dondert Adams.
‘So… sorry, Luitenant.’
‘Dat is beter! En laat het niet nog eens gebeuren! Wat was jouw naam ook alweer?’
‘Jolien Cole, Luitenant.’
‘Oké, Soldaat Cole, jouw naam zal ik onthouden.’ Hij stampt de slaapkamer weer uit en wij volgen hem zo snel we kunnen en in volledige stilte.

De eetzaal blijkt een grote ruimte te zijn waarin lange tafels staan opgesteld. Aan iedere tafel zitten een stuk of twintig mensen, zowel mannen als vrouwen. Allemaal zijn ze gekleed in militaire kledij. Een wijde broek in camouflage print en een zwart shirt. Ook vallen me meteen de kettinkjes op die elke man of vrouw draagt en waaraan twee metalen plaatjes hangen. Dog-tags worden die genoemd, weet ik, en op elk metalen plaatje staan de gegevens van de militair die hem draagt. Als ik aan het doel van deze kettinkjes denk voel ik een rilling over mijn rug gaan. Ze zijn er namelijk voor bedoelt om de lichamen te kunnen identificeren, mocht er iemand sneuvelen in de strijd. Ik word uit mijn gedachten op geschrokken als Luitenant Adams ons wenkt en ons voorgaat naar een tafel waaraan nog een aantal lege plekken zijn.

‘Dit is jullie peloton, vanaf nu af aan is dit jullie familie!’ stelt Adams ons voor.