Verdeeld – Fragment

Deze week is het weer tijd voor een fragment van mijn nieuwste verhaal Verdeeld. Ik ben benieuwd wat jullie er van vinden.

‘Goed!’ begint hij, ‘Jullie hebben nu kunnen zien hoe ons peloton het doet. Aan het eind van jullie training verwacht ik van jullie hetzelfde.’
Ik vang de blik op van mede-nieuweling Roberts, hij kijkt mij ongelovig aan.
‘Ik begrijp dat dat voor jullie nog ver weg lijkt, maar als jullie doen wat jullie opgedragen wordt en jullie laten zien dat jullie gedisciplineerd zijn, komen jullie er wel.’ Zijn doordringende blik blijft even op mij rusten voor hij verder gaat. ‘Een belangrijk deel van jullie training zal draaien om jullie kracht en conditie. Daarom zullen jullie vandaag beginnen met een conditietraining. Die training doen jullie samen met mij, de rest van het peloton vervolgd zijn training ergens anders.’
Nadat ik met eigen ogen heb gezien hoe sterk het peloton is, lijkt het me duidelijk dat de conditietraining zwaar zal worden, maar ondanks mijn verwachtingen, blijkt de training nog veel zwaarder te zijn als verwacht. Nadat het peloton is vertrokken beginnen we met het rennen van rondjes rond de zaal. Het lijkt wel alsof we eindeloos lang achter luitenant Adams aanrennen. Dan tilt hij zijn hand op en roept dat we ons in een rij moeten opstellen. Ik ben buiten adem en blij dat we even stil mogen staan. Maar dit momentje van rust is maar van korte duur.
‘Zo, dat was de warming-up. Zijn jullie klaar voor het echte werk?’
Het blijft stil van onze kant.
‘Wat zeggen jullie dan?’
‘Ja…’ mompelen we.
‘Ja, wat?’ Brult Adams.
‘Ja, Luitenant!’ roepen we terug.
‘Dat dacht ik!’
Zijn grijsblauwe ogen staan hard als hij de bevelen voor onze volgende oefeningen roept. En zo blijven we voor een lange tijd bezig. Net op het moment dat ik denk dat ik echt niet sneller, harder, langer door kan en het gevoel krijg alsof ik elk beetje vocht dat in mijn lichaam heb, heb uitgezweet, krijgen we het bevel te stoppen.
‘Dus jongens, dit was dag één van jullie training, ga je douchen en omkleden.’
Hij wijst naar een deur in de zaal die me nog niet eerder was opgevallen.
‘Daar vinden jullie de douches. En dan zien we jullie straks weer bij het eten.’
Terwijl we uitgeput naar de douches wankelen valt het me pas op hoe hongerig ik ben. De douches bij de sportzaal zijn allemaal in dezelfde ruimte, zonder afscheidingen ertussen. Het is gewoon een soort kamer met douchekoppen aan de muur.
‘Zoals ik al zei, we zullen er toch aan moeten wennen, niet?’ zegt Grey en net als gisteravond is hij de eerste die de schaamte overwint