Vuur – Vervolg II

Als jouw helder blauwe ogen de mijne vinden, voel ik hoe mijn hart sneller begint te kloppen en hoe er een soort knoop in mijn maag ontstaat.
Jouw blik is zo priemend, alsof je recht door mijn masker heen kunt kijken en ziet wie ik werkelijk ben. Alsof je me ├ęcht aankijkt. Niet zo oppervlakkig als de meeste mensen, maar ├ęcht en oprecht.

Hoewel we elkaar soms wel weken niet zien, voelt het nooit ongemakkelijk tussen ons. Zelfs de stiltes die soms tussen ons vallen, voelen goed.
Ook als we elkaar even niets te zeggen hebben, voel ik de aantrekkingskracht die er tussen ons in hangt. Een soort prikkeling, een vibe die niet te ontkennen valt voor ons allebei.
Het zorgt ervoor dat ik me niet kan concentreren, mijn gedachten niet kan focussen. Jouw blik, of zelfs maar de herinnering aan je blik kan mij volledig van de wijs brengen.
Kan mij doen verlangen om dichterbij te komen. De afstand te overbruggen, te kunnen genieten van jouw aanwezigheid. Van onze gesprekjes samen.
En de spanning.

De spanning die alleen maar groter wordt naarmate de afstand tussen ons steeds kleiner wordt.

Tot het punt dat we elkaar even kort aanraken. Heel kort maar, heel subtiel. Maar de impact is enorm. Alsof er een elektrische lading door mijn lijf trekt vanaf het punt waarop jouw hand mijn arm raakte.
Ergens verlang ik naar meer. Naar meer aanrakingen dan alleen heel kort je hand op mijn arm. Meer van de vibe, de spanning. Ik verlang naar het vuur. Het is als een verslaving.