Gevangen in Gedachten – Fragment

Uiteindelijk brak er een vakantie aan. Rens wist niet eens welke vakantie. Zijn gevoel van tijd leek weggevaagd te zijn. De dagen regen zich aan een. De afgelopen tijd was het wisselend met hem gegaan. De ene dag zat hij diep in de put, de andere dag voelde hij zich beter en zag hij weer een glimp van zichzelf zoals hij ooit geweest was. Hij zag Emma nog regelmatig, al was dat contact wel minder geworden. Hij kon zichzelf nergens meer toe aan zetten. Zelfs niet met een afspraak met haar. Hij was al blij als hij op een schooldag zijn bed uit kwam en naar college ging. Dat voelde voor hem al als een hele prestatie. Dat hij dan op school vrij weinig uitvoerde omdat hij zijn aandacht er niet echt bij kon houden… ach. En zijn cijfers waren eigenlijk ook niet meer wat ze geweest waren. Maar het leek allemaal langs hem heen te gaan. Als in een grijze waas ging de tijd aan hem voorbij. Dat het nu vakantie was deed hem ook vrij weinig. Normale studenten waren blij met de vrije tijd. Rens maakte het niet uit. Hij wist niet of hij blij moest zijn of juist niet. Zolang hij colleges had, had hij nog een reden om in de ochtend zijn bed uit te komen. Als hij op een dag nergens heen hoefde, dan zag hij ook weinig reden om zijn bed uit te komen. Niet dat hij echt sliep. Nee, slapen kon hij niet. Hij had slapeloze nacht na slapeloze nacht. Zijn nachtmerrie bleef hem lastig vallen. De eenzaamheid, de angst, de pijn…

Gevangen in Gedachten – Fragment

En hier lag hij nu. Eenzaam en alleen in zijn tweepersoonsbed in een kleine studentenkamer in een stad waar hij zich nooit thuis gevoeld had en waar hij zich ook nooit thuis zou voelen. Hij kon zich een leven zonder Marissa niet voor stellen. Maar toch had hij geen keus. Ze was bij hem weg. Voorgoed. Hij zou haar ook niet meer terug willen. Hij zou haar nooit meer kunnen vertrouwen. Met een akelig gevoel vroeg hij zich af of hij ooit weer iemand kon vertrouwen. Als het met zijn geliefde al zo afgelopen zou zijn. Als hij haar al niet kon vertrouwen… wie dan wel? Zijn vader was onbetrouwbaar gebleken, Marissa was onbetrouwbaar gebleken en er waren er zoveel meer in zijn leven geweest die hij niet kon vertrouwen. Hij stond er nu echt alleen voor.
Rens draaide zich op zijn zij en keek naar de kant van het bed waar Marissa altijd sliep. Hij zag de leegte die zij achterliet niet alleen. Hij voelde de leegte ook. Voelde het in zijn binnenste. Voelde de pijn. Het voelde echt alsof zijn hart verpulverd werd. Zelfs ademhalen verging hem moeilijker. De pijn was zo sterk dat hij het er benauwd van kreeg. Hij kon gewoon niet geloven dat Marissa hem zo voor de gek had gehouden.

Als hij bezig was met zijn studie of zijn bijbaan en dus even niet bij haar had kunnen zijn, was ze schijnbaar bij die ánder geweest. En ook de keren dat ze beweerde bij een vriendin te gaan logeren… Hij werd misselijk bij de gedachten dat ze dan ook bij die ander was en aan wat ze samen gedaan zouden hebben op zo’n moment. En de avond erna was ze dan weer bij hem en vertelde hem hoeveel ze hem gemist had. Leugens! Dacht Rens. Allemaal leugens! En vervolgens maakte ze het met hem uit omdat hij zogenaamd te weinig tijd voor haar had gehad. Alsof ze dat erg had gevonden… dacht Rens verbitterd. Op zo’n momenten was ze toch altijd bij die ander geweest. Hij draaide zich weer op zijn rug en staarde naar het plafond terwijl er nog steeds tranen over zijn wangen liepen. Hij was er kapot van geweest dat ze het uitgemaakt had, maar vergeleken met wat hij nu wist, was die pijn nog te behappen geweest. Hij zou bijna willen dat het wél zijn schuld was geweest. Dan wist hij tenminste dat hij een sukkel was. Dat was hij sowieso wel, dus dat was minder erg. Maar nu… nu had hij weer eens gezien dat hij nooit iemand te dicht bij mocht laten komen. Hoe betrouwbaar en oprecht ze ook leken. Hoe minder mensen hij dichtbij hem zou laten komen, hoe minder mensen hem pijn konden doen. Hij zou daar maar weer naar terug moeten gaan. Marissa had hem daar uit gehaald. Hem laten zien dat mensen best te vertrouwen waren geweest. Maar nu bleek ze zelf niet betrouwbaar… Rens zuchtte. Hij draaide zijn hoofd om op de klok te kijken. Het was al bijna 04:00 uur. Hij had nog geen oog dicht kunnen doen. Dit zou zijn zoveelste gebroken nacht worden.

Gevangen in Gedachten – Fragment

Met een zwaar hoofd werd hij wakker. Hij had gedronken… en hij was niet eens uit gegaan… dat was slecht. Dat was geen goed teken. Hij kon zich al niet meer herinneren waarom hij de drank uit de kast gehaald had. Hij wist alleen nog vagelijk dát het was gebeurd en dat hij nu met een fikse kater wakker werd uit een diepe en veel te vaste slaap. Eén voordeel: Hij had in ieder geval weer eens een keer zonder nachtmerries kunnen slapen. Hij zuchtte. Als er zoveel drank voor nodig was om hem een keer een ongestoorde nachtrust te bezorgen…
Eigenlijk moest hij vandaag naar school, maar hij voelde zich totaal niet in staat om zijn bed uit te komen. En zijn hoofd bonkte zo ongelofelijk… hij wist dat het toch geen nut had als hij toch naar de lessen zou gaan. Hij kon zich toch niet concentreren. Daar had hij de laatste tijd al steeds meer problemen mee, laat staan als hij ook nog eens een kater had. Nee, dat zou geen succes zijn. Dus besloot hij zich nog maar eens om te draaien en nog even verder te slapen.
Maar hij kon de slaap niet meer vatten. Hij had zo’n hoofdpijn! Met tegenzin kwam hij overeind en stapte uit bed. Op blote voeten en in slechts zijn boxershort gekleed wankelde hij naar de badkamer en draaide de kraan van de wasbak open. Hij liet het koude water stromen, dronk er even van om zijn uitgedroogde mond te verlossen en stak zijn hoofd onder het ijskoude water. Zo, dat maakte hem even goed wakker! Hij droogde zijn gezicht en korte zwarte haar af met een handdoek en liep terug naar zijn kamer. Een huisgenoot kwam net van zijn kamer en wenste hem een goedemorgen. ‘Zware nacht gehad, Rens?’ Rens bromde instemmend en sloot de deur weer achter zich. Hij had nu écht geen zin om te praten, dat zou zijn huisgenoot wel begrijpen. Hij rommelde wat rond tussen de spullen op zijn bureau tot hij gevonden had wat hij zocht. Paracetamol. Hij walgde van de smaak van die kleine witte pilletjes, moest er van kokhalzen, maar als dat er nu voor nodig was om zijn hoofdpijn te laten zakken, had hij dat er graag voor over. Hij knapte twee pillen uit hun verpakkingen, haalde een flesje water uit zijn schooltas en nam de twee pillen in met grote slokken water.  En nu was het wachten tot de pillen hun werk deden. Hij keek even omlaag en zag de littekens op zijn benen en de verse kras van laatst. Hij kon zich wel voor zijn kop slaan. Hij was met blote benen naar de badkamer gelopen en was zijn huisgenoot tegengekomen. Wat nou als hij de krassen had gezien? Wat zou hij wel niet denken? Rens zuchtte. Wat kon het hem eigenlijk ook nog schelen. Misschien had de huisgenoot wel helemaal niet naar zijn benen gekeken, en anders nog… hij vond Rens toch al een vreemde vogel. Toch nam Rens zich voor om voortaan eerst een lange broek aan te doen voor hij zijn kamer zou verlaten.